De boterbloem
<!– /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-font-family:"Times New Roman";}@page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>
Ik heb veel gesprekken naar aanleiding van mijn project. Metcollega’s, vrienden, vrienden van vrienden, en familie van vrienden. Gek genoegniet met mijn eigen familie. Dat zal wel komen omdat ik die te weinig zie.
Maar dat is een ander verhaal.
Hoe dan ook, de zus van een kennis van een vriendin stuurdeme na een goed gesprek in brouwerij t IJ een aantal links toe.
Overigens is brouwerij t IJ een heel goede plek voor mij indeze tijd. Biologisch bier, ter plekke gebrouwen, en ook nog eens bij mij om dehoek. Daar komt weinig onnodige co2 uitstoot bij kijken. Het bier is overheerlijk, maar zwaar. De beste gesprekken volgen vanzelf. En dan heb ik het nogniet eens over mijn favoriete barman.
Maar ook dat is een ander verhaal.
Terug naar de links, zo lief en attent mij toegestuurd. Jawel, in mijn 2 uur dagelijkseinternet heb ik die bekeken. Eentje was van een restaurant dat gevestigd bleekin de kapel van mijn oude middelbare school. Toevallig. Ze hadden schorsenerenop het menu, dat zag er goed uit. Maar ook Toscaanse salami, dat leek me niet helemaallokaal.
Het restaurant waar ik me in verdiepte omdat een vriend meuit eten wilde nemen viel dus af. Toen hij me later meenam naar een Thaisrestaurant waar zelfs het bier niet van de tap, maar uit flesjes helemaal uitThailand was gekomen, dacht ik dat ik maar beter Toscaanse salami had kunnengaan eten.
Maar ook dat is een ander verhaal.
De andere link was van een zorgboerderij, de Boterbloem. InOsdorp. Dat was een uur fietsen Ik ging op pad. Wegens weer een heel anderverhaal kan ik niet hardlopen en ik moet toch op een of andere manier diecalorieën van het bier van brouwerij t IJ verbranden, nietwaar?
Geen idee wat een zorgboerderij precies inhoudt. Maar eenboerderij klinkt naar vers geplukte appels en net gemolken koeien. Precies watik zoek in deze tijd.
Ik zag wat vrijwilligers bezig in een boomgaard toen ik aan kwamfietsen. Eentje zei me vrolijk goedendag. Ik fietste door naar het winkeltje.Ik zag daar ongeveer dezelfde producten als in de natuurvoedingswinkel. Maarzoals de boerin me uitlegde iets goedkoper omdat er minder marge op zat. Ik zaggedroogde mango’s uit Verweggistan. Voor het goede doel, dat wel. “steun hetproject van lokale boer….”
Buiten liepen behalve de werkende vrijwilligers een stelkippen maar geen koeien. Ik vroeg of ik rond mocht kijken. Ik sprak met devrijwilligers.
Ze vroegen me hoe ik daar verzeild was gekomen. Ik verteldein het heel kort over mijn project. Voor het eerst kreeg ik te maken methonende reacties, desinteresse en pure onwetendheid (“Nou, wij veroorzaken heelveel co2, want we stoken al dit snoeihout op in de houtkachel! En we rokenallemaal!”)
De vrijwilligers waren heel aardig en ik voelde me eigenlijkbest thuis. Ze vertelden me dat een zorgboerderij inhoudt dat psychiatrischepatiënten er een zinvolle dagbesteding kunnen hebben. De zogeheten zorgcliëntenwaren al naar huis. Ik kletste gezellig met de vrijwilligers. Hun motivaties omdaar te werken waren vooral het buiten zijn en gewoon voor de gezelligheid. Eentjevertelde me dat hij het heel leuk vond om gesprekken te hebben metpsychiatrische patiënten.
Een andere vrijwilliger bleek helemaal uit Bennekom tekomen. Blijkbaar vond hij het de reis waard om bij de boterbloem te werken. Hijmoet nog langer autorijden dan ik net had gefietst bedacht ik me.
Overigens stond op het erf een Citroen BX. Zo’n auto heb ikook nog ergens in een schuur staan. Ik wacht op betere financiële tijden voorik hem uit de schorsing kan halen. Nu moet mijn BX in elk geval tot Pasenwachten. Want iedereen weet dat die oude bakken meer vervuilen dan een moderneauto. Maar ze kosten minder in aanschaf en onderhoud, en dus zijn ze geschiktvoor de minder rijken onder ons.
Maar ook dat is weer een heel ander verhaal.
In het winkeltje koop ik appels, die ik nodig heb, maarlater weer terug moet leggen omdat ik te weinig geld bij me heb, champignonsdie ik ’s avonds bij het koken vergeet te gebruiken en een verse biologischerunderrookworst waarvan ik geen idee heb wat ik ermee moet. Ik koop dit allesomdat ik niet het idee wil hebben voor niks gekomen te zijn.
De bruine bonen krijg ik gratis omdat ze over de datum zijn.Ik was natuurlijk eigenlijk op zoek naar verse bonen om mijn hooikistexperimentmee te herhalen. En ik koop een flesje Bionade, biologische limonade vanvlierbes waar ik nieuwsgierig naar ben. De boerin oppert dat ik het ter plekkeopdrink omdat ik anders weer een uur moet fietsen om het dubbeltje statiegeldterug te krijgen. Ik vraag of ik dan bij hun mag zitten, want de vrijwilligerszijn net klaar met werken en zetten zich rond de tafel voor een biertje. Datmag. “Maar we roken wel hoor!”
Dus daar zit ik, rond een grote tafel met een boer, eenboerin en een paar vrijwilligers. Ik voel me een beetje ongemakkelijk. Weproosten. Zij maken grappen en ze roken. Ze zijn echt aardig. Ik vind ze zoaardig dat ik zeg dat ik misschien wel terug kom om ook vrijwilligerswerk tedoen.
Terug op de fiets bedenk ik me dat mijn probleem is dat ikaltijd overal enthousiast voor word. Ik heb helemaal geen tijd voor nog meer vrijwilligerswerk.
Maar ook dat….is een ander verhaal.

27 March 2010 at 13:21
Hoi Tineke, ik forward je een – zoals gewoonlijke broodnuchtere (Zaankanter, hè) reactie van een vriend van mij, ooit fanatiek/drammerig Greenpeacer. Zijn verbruik hoor ik nog. En straks maar eens wat van jouw blog lezen…
“Ach… milieu.. laat je niet gek maken… wat wij gebruiken staat in geen enkele verhouding tot de industrie en landbouw en het effect is te verwaarlozen. Je kunt beter het kopen van kasgroenten staken… en bovendien ben jij al het milieuvriendelijkst van iedereen want je hebt geen kinderen…
Ik badder trouwens ook veel dus ik ben al helemaal geen vergelijk…”
Groetje, Knordier